Interview


  

'Zorgen dat je past in de omgeving'


Bruchem – De Bommelerwaard en tuinders. Kunnen ze ooit met elkaar door een deur? Als het aan Peter van Wijgerden ligt wel. In Bruchem teelt hij seizoen op seizoen primula's. Maar meer en meer nemen zijn eetbare bloemen een prominente plek in. Inmiddels acht soorten. Van pittig tot zoet. Ontegenzeglijk een tuinder met visie. “Een evenwichtige verstandhouding met de directe omgeving is een sleutelbegrip.


Peter van Wijgerden komt uit een Zuilichems tuindersgezin, maar ging aanvankelijk varen. Toen hij zijn echtgenote leerde kennen, kreeg hij min of meer ook het tuindersleven weer terug. Een tuindersgezin dat zich bijzonder op het gemak voelt aan de Geerweg in Bruchem. Niet in de laatste plaats door de overtuiging dat je als tuinder op de lange termijn alleen kunt standhouden wanneer je bereid bent je aan te passen aan je omgeving.  


Het seizoen van de eetbare bloemen zit er nog maar net op. Maar het denken over het nieuwe jaar is al begonnen. Welke soorten en in welke hoeveelheden? Zijn eetbare bloemen verkoopt Peter in zo'n beetje heel Europa. Niet met enorme hoeveelheden. Overal bescheiden porties. Maar alles bij elkaar loont het absoluut de moeite. En de markt groeit. Niet in de Bommelerwaard. Daar staan bloemen vooral in de vaas of in de tuin. Duitsland, Engeland, Zwitserland en Oostenrijk zijn belangrijke afnemers. Uiteindelijk gaan de bloemen naar verfijnde restaurants en via tuincentra naar de particuliere consument met specifieke belangstelling voor de eetbare bloem.


Aanvulling

Je moet het niet zien als 'aardappels, vlees en bloemen', zo vertelt Peter. “Het is voor erbij. Als smaakaanvulling. We begonnen ooit met de Oostindische kers. Een bloem die uit de literatuur duidelijk naar voren kwam als 'lekker'. Beetje pittig van smaak, wat radijsachtig. Wat maakt een bloem nou eetbaar? In feite kun je zeggen dat 90 procent van alle bloemen eetbaar is. Dat wil zeggen: niet giftig. Maar lang niet alle bloemen zijn lekker. Wij hebben inmiddels acht soorten met een uitgesproken, maar ook lekkere smaak. Van pittig en fris tot zoet.  Maar wel of niet eetbaar heeft ook te maken met de manier van telen. Geen bestrijdingsmiddelen natuurlijk.”


Toen  de tuinder Van Wijgerden in 2008 begon met het idee van de eetbare bloemen, moest hij zich aanvankelijk wel het een en ander laten welgevallen. “Ik weet nog goed dat ik voor het eerst op de beurzen kwam. Er kwamen bonkige kerels uit de tuinderswereld van meer dan honderd kilo voorbij. Die durfden echt geen bloempje in de mond te stoppen en keken me met opgetrokken wenkbrauwen aan. Maar goed, je moet nieuwe wegen durven inslaan en volhouden.”


Uit de Bruchemse kassen komen inmiddels eetbare bloemen als het komkommerkruid, de viooltjes, de goudsbloem en lavendel. Stuk voor stuk zorgvuldig uitgekozen en het ziet er vooral ook heel mooi en aanlokkelijk uit. Niet voor niets is de promotiekreet voor de bloemetjes 'Look & Taste'.  De hapklare bloemen van Peter komen uitsluitend in kleine bakjes en potjes aan de bij de consument. Die kan zo naar behoefte eens wat van het plantje nemen en dat vervolgens rustig verder laten groeien en bloeien. “Wat wij doen heeft alles te maken met creativiteit. Mensen zijn altijd op zoek naar nieuwe uitdagingen. Het is niet erg Nederlands of Bommelerwaards, maar in bijvoorbeeld Azië is het eten van bloemen heel gebruikelijk. Zeker in ons vak is vooruitzien heel belangrijk. Niet proberen te allen tijde het maximale uit dat ene product te halen, maar heel goed kijken naar de behoeften van de consument en nieuwe paden durven bewandelen.”


Evenwicht

“En in evenwicht blijven met je omgeving. Ik heb met 4400 meter bedrijfsoppervlak een relatief klein bedrijf. Maar we kunnen er goed een boterham uit halen. Ik gebruik heel veel andere meters om de connectie te maken met mijn omgeving. Toen ik twee jaar geleden heb bijgebouwd, zijn de bewoners uit de directe omgeving betrokken bij de landelijke inpassing. Het resultaat is dat mijn bedrijf door grote overgangspercelen en begroeiing goed aansluit bij de omgeving. En och, dat weiland gebruiken we weer voor onze hobby: Shetland pony's.”


De Bommelerwaard kent bijna 50.000 inwoners. Onder wie 150 tuinders. Hoe je het ook wendt of keert, die 150 tuinders zijn in behoorlijke delen van de Bommelerwaard bepalend voor het aanzicht en soms ook voor de leefbaarheid. De discussie over de toekomst van de tuinbouw en de verhouding tussen glas en groen in de Bommelerwaard is zacht gezegd actueel. Wat mag nog wel, wat niet en hoe komen we tot een visie voor de toekomst waar iedereen mee uit de voeten kan? Volgens Peter van Wijgerden staat of valt veel met de vakopvatting van de beroepsgroep. “In mijn opine is 'verbinden' een kernbegrip. Maar wat je nu ziet, is dat tuinders zich moeten verdedigen voor hun aanwezigheid in de streek. En dat is niet goed. Want in de praktijk komt het erop neer dat iedereen - ook de anti-tuinbouw - de hakken in het zand zet terwijl we juist zo'n behoefte hebben aan het delen van ideeën. We zijn met elkaar verbonden en daar moeten we mee verder. Openstaan voor de belangen en  inzichten van de ander. Als tuinder vind ik dat ook mijn taak. Met anderen kijken naar waar je mee bezig bent en hoe dat is in te passen in de leefomgeving.”


Eerlijkheid en respect

Je kunt een beroepscultuur die over generaties heen is opgebouwd niet zomaar veranderen. Maar eerlijkheid en respect voor de natuur en elkaar zijn volgens Peter van Wijgerden waarden die universeel zijn en niks met een bepaalde generatie te maken hebben. “Je ziet op dit moment ook in de Bommelerwaard dat veel tuinders overschakelen op 'schoon' telen. Geen of weinig bestrijdingsmiddelen, maar op natuurlijke wijze ziektes buiten de deur houden. Bijvoorbeeld met insecten in de kas. En natuurlijk, dat is allemaal heel erg goed, maar het draagt amper bij tot een beter imago.  De mensen  zien dat namelijk niet vanaf de straatkant.”

“Het beste wat je kunt doen, is zorgen dat je zo goed mogelijk in de omgeving past. Geen lelijke bassins waar je bij wijze van spreken vanaf de straat in kunt spugen. Die moet je een onopvallend plekje geven, uit het straatbeeld. En die overgangsgebieden, die zijn heel belangrijk. Stukken van je perceel die zorgen voor een soort natuurlijk verloop van bedrijf naar landschap. Dat is wat dit gebied nodig heeft.”


Gepubliceerd in Het Carillon, dd 5 augustus 2015

Graag vertel ik u over mijn werk en achtergrond. Maar op deze plek houd ik het kort en overzichtelijk. Hieronder ziet u wat ik doe op het gebied van fotograferen en het schrijven van teksten. Benadert u mij gerust voor toelichting, details en mogelijkheden.

Welkom op de website

van Gerrit Groeneveld,

fotograaf en journalist

te Zaltbommel

Fotografie             Teksten

Terug naar beginpagina

(placeholder)

Contact:

gerritgroeneveld@me.com

gsm: 06 22997983